De eerste keer
Luce springt blaffend naar achteren, vier poten los van de grond. Traag, bijna statig zakt een zeker twintig meter hoge acacia naar opzij. Steeds sneller daalt de top van de boom, tot het gekraak van de stam en de brekende takken alle andere geluiden overstemt. Een laatste doodskreet van de woudreus. Alleen het gelijkmatige ronken van een kleine benzinemotor verstoort de stilte die erop volgt.
Ezio doet een stap achteruit, schuift zijn veiligheidsbril omhoog en zijn oorbeschermers naar beneden. Natuurlijk heeft hij geen helm op. Zijn wollen muts is toch meer dan voldoende bescherming? Hij haalt een schakelaar over en de kettingzaag valt stil. De stilte is oorverdovend.
Tevreden beschouwt hij de ravage die hij heeft aangericht. De boom heeft in zijn val takken van zijn buren afgerukt en een paar struiken geplet. Dat is niet waar hij van geniet. De acacia ligt precies naast de eerste die hij had omgezaagd, exact waar Ezio hem bedoeld had. Pas als Luce enthousiast tegen hem opspringt, merkt hij dat ik iets verderop sta.
Het gieren van de kettingzaag had me al gewaarschuwd, voor ik de waarschuwings-driehoek langs de weg zag staan. Niet dat het echt nodig was. Het is eind februari en alleen aan de eiken hangen nog de laatste bruine blaadjes. Het enige groen dat nog zichtbaar is komt van de naaldbomen. Door de kale takken verschijnen nu gebouwen die de rest van het jaar onzichtbaar blijven. Aan de overkant van het dal, maar ook honderd meter van de weg af. Vorig jaar rond deze tijd ontdekte ik, nog geen tien meter van het pad, een verder verborgen ruïne. De resten van een grote kapel die de oorlog niet heeft overleefd volgens Annarita, die alles weet omdat ze hier al haar hele leven woont.
Dit is ook de tijd om te snoeien en te kappen, juist omdat er geen blad meer aan de boom zit. Dat zorgt er natuurlijk ook voor dat het geluid van de kettingzagen nauwelijks gedempt wordt. Mensen die denken dat het platteland stil en rustig is, wonen duidelijk in de stad. De geluiden van de natuur bij ons in de omgeving zijn vaak; bosrandmaaiers, tractoren en kettingzagen, zij het meestal alleen in de ochtend.
Veel huizen in de omgeving komen met een eigen stuk bosco, bosgrond. Zo’n perceel ligt lang niet altijd in de buurt van het huis. Vaak kun je er niet eens komen vanaf je eigen erf. Voor de komst van het gas was zo’n perceel de garantie dat je voldoende brandhout had voor de winter. Tegelijkertijd was de verkoop van houtskool aan steden als Bologna, een belangrijke bron van inkomsten. Nog steeds is houtbouw een dingetje, maar tegenwoordig zijn er gespecialiseerde bedrijven voor. Als je een perceel vol eiken hebt, kun je er nog iets aan verdienen. Zo niet dan is de deal meestal dat zij de wildgroei netjes in toom houden, in ruil voor het hout dat ze ervan afhalen.
Ezio is in zijn eentje natuurlijk niet zo’n bedrijf. Hij zou dertig jaar oud kunnen zijn maar ook vijftig. Zijn lichaam is tanig en hij heeft een baardje dat aan Lenin doet denken. De bril die hij draagt zou Elton John niet hebben misstaan. Toen ik hem de eerste keer tegenkwam in de bar, ging ik er vanuit dat hij een universitair fossiel uit de jaren tachtig was. Maar hij doet tuinonderhoud, in de ruimste zin van het woord. Snoeien, maaien, drainage aanleggen, elektra buiten, haardhout zagen, graafmachine rijden? Ezio is je man. Maar zijn echte passie is tree climbing. Hij is een arboricoltore, een specialist in het snoeien van grote bomen, met een voorliefde voor eiken, kastanjes en populieren. Voor de veel kleinere fruitbomen draait hij zijn hand ook niet om.
Op deze manier acacia’s omzagen is eigenlijk niet zijn ding. Er kan maar één reden zijn om dit soort bomen te vellen. Of de carabinieri forestale of de gemeente is bij de eigenaar op bezoek geweest. De carabinieri forestale zijn, heel kort door de bocht, boswachters. Zij zijn de sterke arm in alle nationale regionale parken en deze straat grenst aan het Parco Montesole. De straat zelf is van de gemeente en dus overlapt hier de controle en de verantwoordelijkheid van deze twee elkaar. Italiaanser wordt het niet. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg en de berm tot anderhalve meter ernaast, de berm zeg maar. De eigenaar van het land dat daaraan grenst is verantwoordelijk voor wat er op zijn of haar land staat. Dus als er een boom omwaait en op de straat landt, of een grote tak, dan betaalt de eigenaar voor de schade. Aan de weg en de berm, maar ook aan voertuigen en elektriciteits- en telefoondraden. Eens in de zoveel tijd kan het dus gebeuren dat je een moeilijk leesbaar briefje in de bus krijgt, met de waarschuwing dat je bomen moeten worden gesnoeid. Het kan ook zijn dat je een persoonlijk bezoekje krijgt van de forestale.
Dit stuk grond is van Eduardo en die is, van dik hout zaagt men planken. Dus worden deze bomen niet gesnoeid, maar gewoon helemaal gekapt. Voor het kappen heb je na zo’n waarschuwing dan weer wel een vergunning nodig en daarvoor moet je naar het bureau van… de carabinieri forestale.
Ezio start de zaag weer en ik maak me uit de voeten.
Als ik terugkom ligt de derde acacia naast haar zusters. Met een kleinere zaag is Ezio bezig de zijtakken in stukken van twee meter te hakken en die netjes op te stapelen. Het is een graad of vier maar desondanks heeft hij alleen nog maar een T-shirt aan. Luce rent op hem af als hij de volgende stam op de hoop gooit. Ezio loopt mijn kant op, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt.
“Best zwaar werk dit.” Ezio drinkt gulzig een halve fles water leeg, voor hij antwoordt.
“Ah si, la legna scalda tre volte. Per prima quando la taglia.”
Hout verwarmt je drie keer, de eerste keer als je het hakt.