Italia Bella, het zoete leven in een borgo
Buiten begint de ochtend net te gloren. Door het raam valt vaalgrijs licht de slaapkamer in. Het is zes uur, de wekker gaat pas over zestig minuten. Ik wil nog niet wakker worden. Heel langzaam dringt het tot me door dat er iets “anders” is. Het duurt zeker een minuut voor ik begrijp wat. Diepe bromtonen galmen omhoog vanaf de Strada Provinciale, tien meter onder ons huis. Die straat is normaal gesproken, zacht gezegd, niet druk. Rond deze tijd komt er iedere tien minuten één auto voorbij. Iemand die naar zijn of haar werk in Bologna moet.
Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn weerzin tegen de koude vloer. Onder me kruipt een file van vrachtwagens bergop én bergaf. De gemiddelde snelheid zal niet meer dan dertig kilometer zijn. Ik heb geen glazen bol nodig om te weten wat er aan de hand is. De doorgaande weg door het dal, de Porrettana, is ergens afgesloten en al het verkeer wordt dus omgeleid.
Ik heb geen idee of dit in andere landen ook bestaat, maar de SP64, de Porrettana, heeft een eigen Facebookgroep. Nieuwtjes, ongelukken, afsluitingen, ze worden allemaal door vriendjes van de Porrettana gedeeld, meestal met foto’s, veel boze emoticons en commentaar op de machthebbers, die hun werk natuurlijk nooit doen en hun verantwoordelijkheid niet nemen. Met drie klikken weet ik dus, dat er een frana is en dat de weg nog zeker twee dagen dicht blijft. Dat verkeer onder ons duurt dus nog even.
De frana, de aardverschuiving, is een fenomeen dat ik na onze verhuizing naar Italië voor het eerst ben tegengekomen. In Nederland was het toch vooral een overdrachtelijk begrip, “de politieke aardverschuiving” en zo. Hier is het een realiteit.
Frane, het meervoud, zijn redelijk gewoon. Ze komen in soorten en maten. Meestal als het een tijdje hard geregend heeft. De combinatie van: best wel steile bergen, matig onderhoud, niet zo slim kappen en regenwater, zorgt ervoor dat modder en aarde de wetten van de zwaartekracht volgen.
Dat merk je natuurlijk alleen als die aarde bijvoorbeeld op een weg schuift.
De appgroep van de borgo ging helemaal los, twee maanden geleden, toen tegelijkertijd beide toegangswegen versperd dreigden te raken. Foto’s, vragen zonder antwoorden en de onvermijdelijke scheldpartijen volgden elkaar in hoog tempo op. Natuurlijk gevolgd door de onvermijdelijke schuldvraag.
Twintig minuten later staan we met een man of tien naar de half versperde straat te staren. De helft had heel optimistisch een schep meegenomen en er was zelfs een pikhouweel. Helaas was het overduidelijk dat zes scheppen niet opgewassen gingen zijn tegen twintig kuub aardverschuiving.
‘Non c’é Simone?’ Nee Simone is er niet, wat jammer is. Simone heeft namelijk een kleine graafmachine.
‘We kunnen proberen de grootste stenen van de weg af te duwen,’ suggereert Italo. Hij voegt de daad bij het woord en zet twee handen tegen een steen van één meter hoog, die natuurlijk geen krimp geeft. Italo is tweeëntachtig, maar dat weigert hij absoluut toe te geven. Zijn voorbeeld zorgt er wel voor dat vier paar jongere handen zich ook in de strijd werpen. Met vereende krachten worden een stuk of tien grote brokken in de berm geduwd, waardoor een auto er met enige moeite langs kan.
‘E basta.’ Nicola vindt het wel mooi geweest. Bovendien heeft Emilia, zijn echtgenote, de gemeente gebeld en die hebben beloofd dat ze het probleem snel op zullen lossen. De opmerking wordt ontvangen met die typisch Italiaanse mengeling van: fatalisme, ironie en optimisme. Magari, wie weet, klinkt het, gelijktijdig uit een aantal monden.
Toen ik de volgende dag terugkwam van mijn werk, bleek de gemeente onze stoutste verwachtingen te hebben overtroffen. Allebei de wegen waren modder, zand en stenenvrij en goed begaanbaar. De ingreep was natuurlijk wel Italiaans. Wat van rechts op de straat was gegleden, was met de graafmachine links van diezelfde straat naar beneden gegooid. Of dit een structurele oplossing is, valt te betwijfelen. Maar je kunt er wel langs.
Twee ochtenden later is de SP onder ons ’s ochtends weer rustig. De constante dreun van vrachtwagens is weer verstild. De provincie, die verantwoordelijk is voor de SP64, heeft één rijbaan leeg geschoven. De helft van de frana ligt nu dus in de rivier. Om het verkeer in goede banen te lijden is een “tijdelijk” stoplicht geplaatst en zijn gele strepen getrokken. In een persbericht laat het bevoegd gezag weten, dat er onderzoek wordt gedaan naar een structurele oplossing van het probleem.
De wegvernauwing van de laatste frana, inmiddels één jaar geleden, wordt nog steeds aangegeven met een maximumsnelheid van dertig kilometer.
De gele strepen op de weg zijn vervaagd en zullen ongetwijfeld binnenkort opnieuw worden getrokken.